De enge poort, van Door de Graaf, augustus 1980

Deze preek / meditatie werd in augustus 1980 door Door geschreven. Wij vonden hem weer ongeveer tien dagen voor zij overleed.

Lucas 13.22

Het evangelie van vandaag maakt op het eerste gehoor een wat brokkelige indruk. Lucas heeft een aantal uitspraken van Jezus, die we bij Mattheus in heel ander verband ook tegenkomen, bijeengezet en er een nieuw arrangement van gemaakt. Het is de vraag of het hem erg goed is gelukt, maar wat hij ermee zeggen wil komt er toch wel uit.

Op weg naar Jerusalem vraagt iemand aan Jezus: Heer, is het aantal mensen dat gered wordt, klein? Achter die vraag ligt het Oude Testament-besef: een “rest” zal behouden worden. Eerst bedoeld als een troost: óók in de verwoesting van Jerusalem en de ballingschap gaat Israel niet ónder, een “rest” zal in elk geval behouden worden. Later is men dat anders gaan verstaan: ‘t zal maar een rest zijn – en dan komt de vraag ‘hoe klein is die rest dan wel?’ Moeten we uitsluitend denken aan de bewoners van Jerusalem, en Galiléa maar gelijk afschrijven? Of moeten we zelfs denken aan een élite uit Jerusalem, de farizeeërs bijvoorbeeld? Wie weet heeft de man ook nog wel gedacht aan de selektieve Qumran gemeenschap, die in heilige afzondering van de woestijn leefde? Maar op deze wijze van vragen gaat Jezus helemaal niet in.

Strijd om in te gaan door de enge poort…

Hij zegt met andere woorden: of je behouden wordt is niet een kwestie van bij een juiste groep behoren maar dat is jouw eigen zaak. Strijd jij voor jouw binnengaan. Jezus is nooit ingegaan op het theoretiseren over de grote vragen van leven en geloof. Zulke vragen zijn alleen benaderbaar vanuit je eigen betrokkenheid, je eigen keuze. Mensen als Sartre – onlangs overleden – hebben dat op hun wijze uitgewerkt, maar het besef zelf vinden is al duidelijk by Jezus en eerder. Toch laten veel Christenen zich makkelijk verleiden tot theoretische gedachtengangen, tot hun eigen schade trouwens, want het draait altijd uit op iets dat ongeloofwaardig is. De bezorgdheid voor je behoud eist maar één ding: dat je ervoor strijdt, je best ervoor doet.

In dit verband wordt dan het beeld van de enge poort gebruikt; en wat later, dat van een al gesloten deur. Die gesloten deur wil erop wijzen dat je niet alle tijd aan jezelf hebt, dat je de strijd om binnen te gaan niet kunt voeren op jouw tijd, maar dat er een gegeven tijd en gelegenheid voor is, die je niet moet missen. Wacht je te lang, bijvoorbeeld tot alles in je gestold is en gesettled, dan heb je misschien de fut en de wil niet meer om een deur door te gaan naar een andere wereld. Mensen gaan vaak verloren om hun traagheid, en vervallen aan de zwaartekracht van hun eigen bestaan.

Maar ik wil me vanmorgen beperken tot het beeld van de poort. Het is een heel aansprekend beeld en heel oud, ook in andere godsdiensten bekend. Het is erg diep verbonden met ons bestaan. De poort van het leven waardoor wij allen bij onze geboorte gegaan zijn, de poort naar de dood waardoor wij allen zullen heengaan, de poort is het eerste en het laatste wat we beleven, de poort van ons huis, het werk, de gevangenis, het ziekenhuis. Niet voor niets maakten de oude kerkbouwers veel werk van de ingangspoort, met een luidklok erboven. Want een poort, dat is wat. Die markeert een doorgang, een uitgaan en ingaan en dat is de beste karakteristiek van ons leven.

Strijd om in te gaan door de enge poort. Het gaat er nu om de poort naar het Leven, het leven dat ook de dood overwint. Die poort is eng: wat betekent dat?

Door een enge poort ga je één voor één. Je kunt er niet als een groep door. Niet als een gesloten formatie in rijen van tien, en ook niet als een innige familie, aan de hand van vader of onder de vleugels van moeder. Niet als Joods volk en niet als bewoners van Jerusalem en niet als bond van farizeeën; ook niet als christelijke kerk. In onze evangelie staat het heel duidelijk! Niet als mensen die kunnen zeggen: “de Messias heeft wel bij ons de schriften uitgelegd en wij hebben in zijn aanwezigheid avondmaal gevierd”. Het gaat niet om de groep waarbij je hoort maar om jezelf, en je moet alléén die poort door.

Maar het christendom weet van de individuële weg van ieder mens. Je kunt spreken van het Joodse volk, maar niet van een christelijk volk. Als christenen denken we niet zomaar in volken of groepen, maar in mensen. Dat geldt zelfs voor gezinnen: de mensen waaruit een gezin bestaat zijn christen, maar soms ook niet. Het spreekt niet vanzelf dat christen-ouders kinderen hebben die ook christen zijn. Er is in het christendom iets dat zich verzet tegen massificatie en dat gevoelig is voor de rechten van de individuële mens. Bij de Doop zijn de Doopnamen van belang, niet de familienaam. Een christenmens is geen exemplaar van de soort.

Leven is daarom geen zaak van “ergens bijhoren”, maar van zelf zijn. Maar in het beeld van de enge poort heeft men altijd nog meer gezien. De engte duidt erop dat je er alléén door moet – maar ook zonder bagage. Niet hoog boven op een bepakte en gezakte kameel bijvoorbeeld. Konkreet: om het Leven binnen te gaan moet je allerlei verworvenheden maar laten staan: ze helpen je niet, ze houden je tegen. Bezit, ook geestelijk bezit zoals scholing, positie, macht, relaties, charme, en ook je goede daden, je godsdienstingheid – je kunt er alleen naakt door, zeiden ze vroeger, zoals je bént, zonder alle uiterlijke aankleding.

Daarom heeft Jezus gezegd dat een kameel makkelijker door het oog van een naald gaat dan een rijke het koninkrijk Gods – of het Leven – binnen zal gaan.

Het Leven uit de genade van God is niet iets wat er als iets wonderbaarlijks bovenop komt, maar het is er zijn in de meest radikale zin, tot in de diepten, waar de Geest van God zucht om het leven tot zijn vervulling re brengen.

Om te leven moet je altijd naar het nieuwe begin toe, want daar vindt je werkelijke geboorte pas plaats. En alles wat suggereert dat je al een heel eind bent, dat bedekt het begin, het houdt je tegen. Die poort is zo eng, omdat je alleen zoals je bént, tot het Leven geboren kunt worden. Zó wordt je uitgenodigd en alleen zó kun je erdoor.

En daarom staat er bij: strijd om in te gaan. We worden genodigd uit liefde – maar onze bagage, die ons status verleent, staat in de weg; en niet alleen de materiële bagage, maar ook onze pretenties en de ideaalbeelden die we van onszelf koesteren – er is strijd voor nodig om dáár van af te komen, je moet er moeite voor doen om deze dingen kwijt te raken. Het woord strijd is hier op z’n plaats, want het gaat om taaie, hardnekkige zaken die telkens opnieuw hun kop op komen steken. En ik vraag me af: zijn we daar wel mee bezig? Strijden, dat is voor menig christen je best doen om een braaf en vroom mens te zijn. Maar dit?

“Strijd om in te gaan door de enge poort” – dat is dus geen strijd om nummer één te worden in heiligheid en rechtvaardigheid. Het is de strijd tegen alles wat ons hindert om gewoon, eenvoudig, ootmoedig mens te zijn die zich volledig laat dragen door de liefde van God. Een mens die waarachtig bidt: “Gij, die ons kent, die onze schijn doorziet, Gij die de mensen ziet zoals geen mens – Gij weet toch hoe vertwijfeld wij vaak zijn…”

Strijd niet om vooraan te komen, maar om ruimte voor de liefde, de goedheid, de dynamiek van de Geest. Een strijd om zelfverruiming. Een alternatieve strijd.

Opeens is het dan ook duidelijk wat dat woord van “eersten en laatsten” in dit verband doet. Als het van de liefde afhangt, van de goedheid, van de Geest van Jezus Christus, zullen laatsten die geen illusies meer hebben over hun bagage en zichzelf, soms als eersten door de enge poort gaan of, met Jesaja – en het is hetzelfde anders uitgedrukt – volken, “heidenen” zullen met Israël opgaan naar Jerusalem en de stad van vrede zien.

Nawoord (augustus 1980):

Ik zou nu geëindigd zijn als de gebeurtenissen van de afgelopen week me niet uitdaagden toch nog iets verder te gaan. Juist omdat, vanwege de liefde van God, laatsten eersten mogen worden zijn veel christenen ongelukkig met de wet waarmee de staat Israël heel Jerusalem annexeert. Wij begrijpen heel goed wat hen beweegt. Wij begrijpen ook de beduchtheid van de Israëlis voor eigen veiligheid. Maar wij kunnen – terwille van profeten als Jesaja en de Messias – Jerusalem niet alleen zien in het licht van Israëlisch nationalisme. Wij kunnen het beeld van de stad van vrede voor alle volken, eersten en laatsten met – wie weet – de laatsten voorop, niet vergeten. Wij hebben nauwelijks het recht om het te zeggen, maar toch vragen wij ons af of ook de Israëlis niet staan voor de enge poort – en we zouden wensen dat de visie van de profeten hen de eenvoud en de moed gaf tot positieve stappen waarover de Heer zijn Aangezicht kan doen lichten – zodat ook de gezichten van de mensen dat kunnen en opengaan voor elkaar.

Hierbij het litaniegebed

Posted in Door's writings | 1 Comment

A Fond Farewell

Candles for Door, by FernandoDamian lighting candle

Door was laid to rest at the Oosterbegraafplaats in Zutphen on 7 January 2011. The funeral service was led by Christian Community priest Bastiaan Baan and attended by family and friends from Holland, England and Belgium. The service was followed by personal tributes and a performance of Tibetan chanting bowls and the coffin was carried to the grave surrounded by ten of Door’s grandchildren and great-grandchildren: John, Daphne, Cynthia, Mia, Rosa, Indi, Pascale, Damian, Isabella and Rico. In addition to Door’s children and dozens of friends, the mourners included Door’s sister, Lady Jillean Palmer, nephews Jonathan, James, Mark and Nicholas Whitcombe and Jeremy Palmer, close friends Does Dippel and Johanna van der Donk, longstanding Relatiestudio colleague Étienne Amand and co-founder of the Cliëntenbond, Willem Momma.

Posted in Door's passing | 1 Comment

Rest in peace, Door

Door by Hans Muus 2010

Foto van Hans Muus, 2010

Door is op 2 januari 2011 overleden. De begrafenis vond plaats op de Oosterbegraafplaats te Zutphen op 7 januari. Rust in vrede, Mams.

Door passed away on 2 January 2011. The funeral took place at the Oosterbegraafplaats in Zutphen on 7 January. Rest in peace, Mum.

Martje, Kasper & Marc de Graaf

Door Valckenbosch 2010, Jos van Meer

Door at Huize Valckenbosch 2010, photo Jos van Meer

Posted in Door's passing | 17 Comments